Dit is een “ik-wil-nu-brood”-recept. Geen gist, geen wachttijd, wél een knapperige buitenkant. Ideaal als bijgerecht bij soep, salades of een borrelplank.
Ingrediënten (voor 1 brood)
- 300 g bloem
- 2 tl bakpoeder
- 1 tl zout
- 250 ml karnemelk (of yoghurt + scheut water)
- 1–2 el olie of gesmolten boter
Zo maak je het
- Verwarm de oven voor op 200 °C.
- Meng bloem, bakpoeder en zout in een kom.
- Voeg karnemelk toe en roer kort tot een stevig, plakkerig deeg. Niet eindeloos kneden: dat hoeft niet.
- Vet je gietijzeren pan licht in (bodem + rand).
- Schep het deeg in de pan en maak de bovenkant een beetje glad. Snijd eventueel een kruisje in het deeg (helpt bij het rijzen).
- Bak 25–30 minuten in de oven tot goudbruin. (Tip: als je erop tikt en het klinkt hol, zit je goed.)
- Laat 10 minuten afkoelen in de pan, daarna op een rooster.
Makkelijk variëren
- Rozemarijn + zeezout bovenop
- Geraspte kaas door het deeg
- Olijven of zongedroogde tomaatjes
Wil je vaker dit soort oven-naar-tafel gerechten maken? Dan is gietijzer echt een fijne basis.

